From Transaction To Interaction

Zowel for-profit als not-for-profit organisaties moeten voor hun voortbestaan en verdere ontwikkeling steeds vaker en steeds intensiever met andere organisaties samenwerken. Waar vroeger alleen maar 'orders' en 'facturen' werden uitgewisseld, in het kader van zakelijke transacties (transactions), is er nu behoefte aan interactie (interaction). 'From transaction to interaction'.

Onder transaction verstaan we dat je bezig bent met de uitvoering van de stappen om een opdracht te voltooien zonder dat je er actief mee bezig bent. Je bent niet begaan met de persoon waarmee je in gesprek bent of met het proces Echter interaction onstaat wanneer twee personen in een dialoog zijn of actief deelnemen aan een process.
Voorbeeld:
Je gaat naar een restaurant en je besteld iets; was de serveersters vriendelijk, vakbekwaam, snel, toonde ze interesse, was ze actief behulpzaam bij het bestellen en betalen?
Interaction valt duidelijk op ten op zichte van transaction. Een klant is dan meestal ook meer tevreden wanneer een serveerster actief bezig is met hun wensen.

Wanneer je je richt op transaction kan er een gesprek met een klant ontstaan die alleen gebaseerd is op feiten. Dan krijg je een gesprek als een flowchart, dek alle basis en ga naar het volgende onderwerp, persoon of activiteit. Een klant zou het idee kunnen krijgen dat je niet geïnteresseerd bent in die persoon en wat die te vertellen heeft, maar alleen je werk wilt en dat is het. Het gaat er om hoe je deelneemt aan een gesprek of proces. Hoe neem je deel? Hoe luister je? Ben je een actieve luisteraar of deelnemer. Ben je aan het denken wat je wilt gaan zeggen of denk je wanneer kan ik naar huis.

Hoe gaan we van transactie naar interactie?
De verschuiving van ‘Transaction to Interaction’ houdt in dat organisaties en individuen voortdurend samenwerken in continue interactie van leren, ervaren, creëren en samenwerken. Het model van ‘waarde creëren’ verschuift van besloten research afdelingen naar interactieve innovatie in een samenhang van toeleveranciers, afnemers en andere business partners.


Web 1.0 - 2.0 - 3.0

De term Web 2.0 verwijst naar een duidelijk waarneembare trend op het internet. Web 2.0 wordt omschreven als de tweede fase in de ontwikkeling van het World Wide Web. Het gaat over de verandering van een verzameling websites naar een volledig platform voor interactieve webapplicaties voor eindgebruikers op het World Wide Web. Volgens sommigen zullen deze uiteindelijk losstaande lokaal geïnstalleerde software overbodig maken.

Eerste fase, Web 1.0
Dit was de eerste fase van het internet, web 1.0 dus. Het internet werd bekender en bekender en steeds meer mensen sloten zich op het web aan. Alleen de eigenaar bepaalde de inhoud van zijn/haar eigen website. De code was vooral geschreven in HTML.

Tweede fase, web 2.0
Iedereen bepaalt mee aan de inhoud van websites, denk bijvoorbeeld aan youtube. Codetaal is nu HTML, XML, AJAX, javascript, flash, silverlight, etc. De mogelijkheden zijn eindeloos en ook op visueel gebied is het mooier geworden en zijn er meerdere mogelijkheden. Als nadeel wordt gezien dat informatie op de websites niet altijd waarheidsgetrouw hoeven te zijn. Iedereen kan immers informatie op het internet plaatsen, zonder enig referentiemateriaal. Echter staat daar tegenover dat het web wél gecontroleerd wordt door de andere gebruikers. Een goed voorbeeld is wikipedia. Gebruikers van wikipedia kunnen bestaande wikipagina's veranderen en dat gebeurt net zo lang tot iedereen het er wel mee eens is. Web 2.0 wordt een zelfregulerend systeem.
Nog een nadeel zou zijn dat er nu meerdere aparte digitale identiteiten bijgehouden moeten worden door de gebruiker (inloggegevens e.d.). Dit word als onpraktisch ervaren.

Derde fase Web 3.0
Web 3.0 behelst de trend waarbij internettoepassingen meer op elkaar zijn afgestemd, kunnen samengaan of geïntegreerd kunnen worden. Web 3.0 wordt beschouwd als de derde fase in de ontwikkeling van het internet en daarmee een vervolg op Web 2.0. Critici daarentegen spreken van Web 3.0 als slechts een marketingterm. Web 3.0 is gerelateerd aan het Semantisch Web. In dit semantisch web worden niet alleen teksten semantisch met elkaar verbonden maar ook allerlei andere media zoals foto's, video's en audio. Web 1.0 wordt beschouwd als het web van de documenten, Web 2.0 als het internet waarbij de computergebruiker meer invloed uitoefent door middel van meer interactie. Over de term Web 3.0 bestaat veel onduidelijkheid. Sommigen vinden het “semantic web” hetzelfde als “Web 3.0″. Anderen vinden het semantic web onderdeel van Web 3.0. Nova Spivack bijvoorbeeld geeft als expanded definitie van Web 3.0:


Het intelligente -semantic- web;
  • een altijd en overal aanwezige verbinding met het internet. Dit staat ook wel bekend als het ubiquitous of pervasive web. Het web breekt hiermee als het ware uit het computerscherm en wordt ook op allerlei andere plaatsen beschikbaar: mobiele apparaten, maar ook apparaten die nog uitgevonden moeten worden. Een simpel voorbeeld hiervoor is een fotolijstje dat je foto’s via internet ophaalt;
  • network computing, waarbij software als services wordt aangeboden en gebruikt;
  • het gebruik van open technologieën: open API’s, open data formaten, open source software.het gebruik van open identity zoals bijvoorbeeld OpenID.
  • De vergaande aanwezigheid van persoonlijke profielen en voorkeuren op internet.

Semantiek wordt vaak in één context genoemd met syntax. Als we de zin “Max houdt van Lieke” nemen, dan geeft de syntax aan hoe de zin is opgebouwd. De semantiek is dat Max Lieke leuk vindt. Als we “houdt van” in een hartje veranderen, dan verandert de syntax. De semantiek is echter dezelfde gebleven.



1lieke.jpg


Bron: De betekenis van Web 3.0 en het semantic web - Frankwatching
2web.jpg

Een zoekmachine doorzoekt miljarden pagina’s van het internet op zoek naar de zoekwoorden die je hebt ingegeven. Vervolgens toont de zoekmachine een lijst met pagina’s waarin die zoekwoorden voorkomen. De zoekmachine weet wel dat de zoekwoorden voorkomen in de pagina’s in de lijst, de inhoud van die pagina’s is hem echter onbekend.
Dus net als een papagaai die je woorden leert kunnen webapplicaties deze prima nazeggen, maar snappen ze niet goed wat ze zeggen.

Het huidige web kun je daarom beschouwen als een web van documenten. Weliswaar zijn deze op een handige manier gelinkt maar wat er precies in die documenten staat is voor webapplicaties onduidelijk. Voor mensen is die inhoud echter juist datgene wat interessant is. Documenten gaan over mensen, gebeurtenissen, bedrijven, landen, sport, eten etcetera. In feite over alle onderwerpen die je maar kunt verzinnen. Je hebt het dan dus niet meer over documenten, maar over “entiteiten” die in documenten voorkomen. De truc is dus om ook computers te laten begrijpen waar die entiteiten in documenten over gaan. Dat is in feite de definitie van het semantic web:



Het semantic web geeft betekenis aan entiteiten in webpagina’s en relaties tussen entiteiten
Het semantic web is dus, in tegenstelling tot het huidige web, een web van entiteiten.


3web.jpg

Technieken


Die interactieve applicaties worden vaak ontworpen met AJAX die gebruik maakt van de volgende technieken: XHTML, CSS, Document Object Model(DOM), XML, XSLT en JavaScript XMLHttpRequest. De afkorting van AJAX staat voor Asynchronous JavaScript and XML. Het geeft gebruikers min of meer het gevoel dat ze met een desktopapplicatie werken. AJAX communiceert met een webserver, vaak servers die een scripttaal als PHP, ASP, JSP, ColdFusion, ASP.NET of Ruby geïnstalleerd heeft. Als de server dan een antwoord stuurt, dat zowel in XML en JSON als in HTML kan zijn, wordt een gedeelte van de pagina aangepast door middel van JavaScript. Een van de eerste websites die gebruik maakte van AJAX, en wordt gezien als een typische Web 2.0-website is Google's Gmail.
Andere concepten en technologieën die geassocieerd worden met Web 2.0 zijn o.a. weblogs, wiki's, podcasts, RSS-feeds, webvideo en webservices met open API's.
Veel Web 2.0-websites worden continu uitgebreid en blijven daardoor eindeloos in de ontwikkelingsfase (bètaversie).
Andere voorbeelden van sites die aan het Web 2.0-idioom voldoen zijn: Flickr, Netvibes, YouTube, Orkut, MySpace, Last.fm, Delicious, Digg, Pandora, Wikipedia, Facebook en Twitter. Een Nederlands Web 2.0-voorbeeld is Hyves.

Bij Web 3.0 worden met technische integratie van webservices op het internet verschillende toepassingen aan elkaar gelinkt. Sites worden meer en meer volgens bepaalde protocollen of standaarden ontwikkeld, waardoor uitwisseling van gegevens ook gemakkelijker gaat. Concepten en technologieën die geassocieerd worden met Web 3.0 zijn onder andere Service Oriented architecture, webservices, open API, opensocial, open datalicence, OpenID, Jabber, RDF, SPARQL en YQL.

Social Collaborating Tools


Social collaborating houd in dat een groep mensen samenwerkenen informatie delen om een gezamenlijke doel te realiseren. Social collaboration is gelijk aan crowdsourcing als het gaat om samenwerken om een gezamenlijk doel te behalen.
Social collaborating staat voor sociale, dus gemeenschappelijke, samenwerking. Het kan dus niet een gemeenschap of een samenwerking zijn maar het moet een samenhang van deze beide termen zijn. Binnen deze samenwerking is er altijd een controlerende orgaan die meestal ook weer een gemeenschap is. Deze controlerende gemeenschap bepaald de inhouden en het onderwerp van de samenwerking.
Social collaborating kan alleen plaats vinden binnen een organisatie met geintegreerde communicatie, uitwisseling en netwerken. Zonder een van deze drie heb je geen social collaboration.

Om social collaboration te kunnen doen via het internet zijn er bepaalde soort websites/applicaties nodig die dit ondersteunen. Bijvoorbeeld om in contact te komen met elkaar heb je MSN- Network, Yahoo Groups. Om bestanden te delen heb je collaboration tools nodig. En om je sociale netwerk op te bouwen heb je Facebook,Hyves en linkedIn. Hieronder vindt u een overzicht van handige online collaboration tools, online platforms waarmee u kunt samenwerken, informatie uitwisselen, kennis delen en wiki's opzetten.

Tools


Samen werken aan documenten:

tools.jpg
· Google docs

· Zoho
· Mixed ink
Delen van documenten:
· Scribd
Delen van agenda's:
· Google calendar
Wiki's:
· Wikipedia
· MediaWiki
Complete oplossingen:
· Microsoft Sharepoint
· Google sites

· Dreamfactory
· Liquid planner
· O3spaces
· Exact Synergy
· Oracle Collaboration Suite
· Cisco WebEx Connect


Toekomst van Sociall Collaboration Tools


Volgens onderzoekbureau Gartner zullende volgende 5 voorspelling de toekomst van social collaborating zijn. Deze voorspellingen nemen we als basis voor de toekomst van Social Collaboration Tools.

In 2012 zullen meer dan 50% van de ondernemingen gebruik maken van activiteiten streams waarin microblogs een onderdeel zijn, maar microblogs op zichzelf zal slechts 5% groot zijn
De enorme toename van de populariteit van Twitter zal ervoor gaan zorgen dat bedrijven op zoek gaan naar een Twitter-dienst die binnen hun onderneming kan functioneren. Zakelijke gebruikers zien het gebruik van microblogs om snel informatie te delen, bij te houden wat collega's doen, snel antwoorden te krijgen en ga zo maar door.

Tot 2015 zal slechts 15% van de bedrijven routinematig Social Network Analyses gebruiken om de prestaties en productiviteit te verbeteren
Social Network Analyse is een bruikbare manier om de interactiepatronen en informatiestromen in kaart te brengen.

Social Netwerk Diensten zullen email vervangen als primair communicatiemiddel voor 20% van de zakelijke gebruikers.
Een grotere beschikbaarheid van verschillende Sociale Netwerk Diensten, zowel binnen als buiten het bedrijf, in combinatie met een veranderende werkstijl van de werknemers zal voor 20% van de zakelijke gebruikers hun Sociale Netwerk als connectie naar de buitenwereld zijn. Ook bedrijven zullen langzaamaan steeds meer aan Sociale Netwerken binnen hun bedrijven doen.

Tot en met 2012 zal meer dan 70% van de IT-gedomineerde Social Media initiatieven falen
Als het gaat om samenwerking, zijn IT-organisaties gewend om een technologisch platform te verstrekken (zoals e-mail, instant messaging, web conferencing) in plaats van een sociale oplossing. In 2013 zullen deze organisaties moeite hebben met de verschuivingen van de behoeftes van organisaties. Hierdoor zullen ruim 70% van IT-gedomineerde initiatieven falen, terwijl slechts 20% van IT-gedreven initiatieven falen. Binnen IT-gedreven initiatieven valt o.a. Social Collaboration Tools.

Binnen 5 jaar zal 70% van de Collaboration en Communicatie applicaties die zijn ontworpen op PC's gemodelleerd worden na de User Experience lessen die voortkomen uit Smartphone Collaboration Applications
Op het moment dat er 3 miljard mobiele telefoons zijn in de wereld, met het voornaamste doel om het verstrekken van communicatie en samenwerking, verwacht Gartner dat meer eindgebruikers tijd gaan besteden aan Collaboration Tools. Voor sommigen zullen deze tools de eerste of zelfs enige toepassingen zijn in de wereld die zij gebruiken. Door deze tools kan men meer werk verrichten omdat het gebruik van smartphones makkelijker en sneller is dan computers. Overal en altijd de mogelijkheid om te werken.



Wikinomics


Inhoud

Nieuwe, creatieve ideeën en producten ontstaan tegenwoordig steeds vaker door vormen van open samenwerking op grote schaal. Via internet werken wereldwijd duizenden en misschien wel miljoenen mensen samen. 'Wikinomics' laat zien dat deze massale samenwerking niet alleen de belangrijkste voorwaarde is voor succes op de hedendaagse markt, maar ook dat het de manier transformeert waarop we wetenschap bedrijven, cultuur creëren, informatie opnemen, onszelf opleiden en gemeenschappen en landen besturen.
Wat je er schrijft, kan verbetert worden door anderen. De mogelijkheid om mee te doen, motiveert.
De mogelijkheid dat anderen jouw tekst kunnen verbeteren, zorgt er voor dat je al meteen goed nadenkt of jouw bijdrage de mogelijke kritiek van anderen overleeft. Zo werkt een wiki.

succesfactoren:

  • Being open, ofwel open zijn:
door meer informatie(bronnen) openbaar te maken en via een open standaard aan te bieden kunnen anderen met hun ideeën daarop aansluiten en verder bouwen;
je moet daarbij wel een open houding hebben, open staan voor ideeën van buiten en niet alleen uit gaan van de kennis die je binnen je organisatie hebt;
transparantie geeft ook vertrouwen, een belangrijke voorwaarde als je wil dat anderen met je mee gaan denken en tijd in jouw problemen gaan investeren.
  • Peering, ofwel uitgaan van gelijkwaardigheid:
niet hiërarchie maar gelijkwaardigheid moet het uitgangspunt zijn indien je mensen wil bewegen om te participeren. En zelf ook daarin meedoen natuurlijk;
elk proces heeft een vorm van organisatie nodig, maar die wordt niet van boven opgelegd. Zelforganisatie is de norm. Je kunt daarin wel een ondersteunende rol hebben;
Het belangrijkste voordeel van deze manier van werken is dat je aan het eind niet naar draagvlak voor het resultaat hoeft te gaan zoeken, die is er namelijk al.
  • Sharing, ofwel delen:
het delen van kennis leidt tot een win-win-situatie aangezien je gezamenlijk naar één doel toewerkt;
door tussenresultaten en nieuwe inzichten bekend te maken kunnen andere participanten daarop voortbouwen: deze vuist op deze vuist;
het zorgt ook voor een effectievere inzet van middelen om dat de deelnemers geen dingen dubbel gaan doen.
  • Acting globally, ofwel over grenzen heen werken:
leg verantwoordelijkheid daar neer waar de kennis is en laat je niet beperken door de grens van je organisatie-eenheid of van je organisatie;
de mogelijkheden daarvoor zijn immers alom beschikbaar: vanaf werk of vanuit huis kun je op verschillende manieren met iedereen contact hebben en samenwerken;
dat vergroot ook de behoefte aan standaard hulpmiddelen en ondersteuning: een keer bouwen, overal gebruiken. Grenzen zijn immers kunstmatig.

Voordelen:

  • de inzet van externe kennis, ook om het tempo van vernieuwingen te kunnen bijhouden;
  • aansluiting houden met je gebruikers (bijv. burgers), anders zoeken ze hun heil elders;
  • vraag creëren voor andere producten (bij overheden bijv. aandacht voor publiekscampagnes);
  • kostenvermindering kan ook een gevolg zijn omdat je kunt bezuinigen op eigen personeel;
  • concurrentiepositie: door open source te promoten voorkom je een monopolistische concurrent;
  • samenwerking met andere partijen gaat makkelijker als het eindresultaat niet verdeeld hoeft te worden;
  • door actief deel te nemen en iets in te brengen in de groep, word je ook deel van die groep of community.

Nadelen:

  • te veel op sociale websites geen face to face contact meer
  • hoe reageer je: via het platform. mail, telefoon, msn, enz

Technologie

Het internet. Voorbeelden zijn crowdsourcing en de social collaboration tools.

Toekomst

Een fenomeen wat al erg veel gebruikt wordt en alleen maar uitbreidt. Bedrijven maken contact via internet, lossen problemen op via internet en onderhouden relaties via het internet. Dit is iets wat de aankomende jaren alleen maar uit zal breiden en belangrijker worden voor bedrijven.


Crowdsourcing


Met de middelen van tegenwoordig (na de komst van web 2.0) is het mogelijk om via internet een breed publiek te betrekken bij het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten. Je plaatst een “open call” (oproep) op het internet en laat een grote groep reageren. Het publiek wordt direct bij de processen van bedrijven betrokken. De grote groep deelnemers krijgt daar soms niks voor, maar steeds vaker worden er beloningen uitgereikt.

Inhoud

Crowdsourcing is dus een manier om problemen voor te leggen aan een grote groep mensen zonder hoge kosten. Juist omdat het probleem door veel verschillende mensen bekeken wordt, is er vaak veel sprake van verrassende en creatieve uitkomsten.

Technologie

De technologie die hierbij gebruikt wordt is dus gewoon het internet. Door de komst van web 2.0 is het mogelijk om via webapplicaties te communiceren in grote groepen over het internet. Twitter wordt gezien als het bekendste en meestgebruikte hulpmiddel voor crowdsourcing, maar er zijn ook hele websites aan dit fenomeen geweid. Een voorbeeld daarvan staat hieronder.

Toekomst

Crowdsourcing zal erg belangrijk gaan worden voor alle soort bedrijven en op grote schaal gebruikt gaan worden. Doordat je grenzen kunt verleggen en grote groepen mee kan laten denken over grote vraagstukken, kunnen bedrijven producten en diensten verbeteren en inkomen genereren. 2 Personen weten meer dan 1 persoon. Verder kan het nog veel meer opleveren voor bedrijven. Het is namelijk een vorm van communicatie dat internationaal plaats kan vinden. Zo onstaan er relaties tussen bedrijven over de hele wereld. Er zijn ook erg veel gevallen van mensen die een baan aangeboden hebben gekregen bij een bedrijf, omdat zijn/haar inbreng zo groot was binnen deze communicatie. Crowdsourcing kan dus voor bedrijven ook gebruikt worden voor het uitbreiden van relaties en het werven van nieuwe medewerkers.

Voor- en nadelen

Sommige mensen vinden crowdsourcing geen goede manier van het oplossen van problemen en vraagstukken, die vinden dat de uitkomsten vaak kwalitatief ontoereikend zijn. Toch lijkt dit geen terecht nadeel, want doordat er meerdere mensen naar dit vraagstuk kijken, zal er wederzijdse controle plaatsvinden. Uiteraard zal het bedrijf dat het vra
agstuk plaatst, zelf ook kritisch naar de uitkomsten moeten kijken. Verder zou het bedrijf een aantal voorwaarden kunnen opleggen aan mensen die willen deelnemen, dat zou de uitkomsten nuttiger kunnen maken. Maar door ook juist andere mensen mee te laten doen, is de kans op creatievere input groter.

Voorbeeld: De website van Starbucks is een erg groot voorbeeld van crowdsourcing in de praktijk. Op de home page van deze website, staat een link naar http://mystarbucksidea.force.com/. Deze website vraagt om ideeën van de klant. De klant mag meedenken over nieuwe producten, acties en er kan commentaar gegeven worden over al bestaande producten. Er wordt ook op gereageerd door Starbucks zelf.

Folksonomy

Inhoud


Folksonomy, ofwel metadatering door de massa, ontwikkelt zich in hoog tempo als krachtig hulpmiddel bij het zoeken, ordenen en beheren van informatie op internet. Het ontstaan ervan heeft alles te maken met liberalisering van kennis die niet langer geïsoleerd bij een individu aanwezig is, maar steeds vaker informeel ontstaat tussen personen binnen een collectief netwerk. De gebruiker plaatst zichzelf daarbij op de stoel van de informatiespecialist, een ontwikkeling die door velen in het vakgebied met argwaan bekeken worden. Wie zélf content toevoegt aan internet -of content van anderen wil vastleggen- kan social bookmarking tools gebruiken om content te voorzien van ‘vaste’ metadata in combinatie met zogeheten ‘tags’, ofwel zelfgekozen ‘vrije’ trefwoorden.

Metadata
De begrippen ‘metadata’ (data over data ofwel informatie over informatie) en ‘tags’ (labels, trefwoorden) kwam je tot voor kort voornamelijk tegen in bibliotheekcontext. Kenmerkcodes die worden gebruikt om materialen als boeken en videobanden te ontsluiten zijn in feite metadata-velden. Ze geven informatie over de informatiedrager; materiaalsoort, ISBN, uitgever, jaar van publicatie, formaat, aantal bladzijden, systeemvereisten (bij digitale materialen), trefwoorden en samenvatting. Deze metadata-velden ontsluiten de materialen op verschillende niveaus:
  • de precieze informatiedrager vinden (ISBN)
  • informatiedragers over een bepaald onderwerp vinden (trefwoorden)
  • aantal gevonden informatiedragers over een bepaald onderwerp beperken of sorteren (materiaalsoort, jaar van publicatie)
Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van taxonomieën, directory-achtige boomstructuren waarbij informatie van algemeen naar specifiek wordt omschreven. Op vrijwel alle niveaus van deze boomstructuren zijn de te gebruiken datavelden vastgelegd. Uiteraard zal een informatiespecialist bij het toekennen van trefwoorden zoveel mogelijk rekening willen houden met de doelgroep om –binnen de vastgestelde kaders- de collectie zo optimaal mogelijk toegankelijk te maken. Dat maakt catalogi tot een krachtig hulpmiddel bij het zoeken naar specifieke informatie. Toch is deze kracht van de bibliotheekcatalogus ook weer relatief. Wie niet voldoende op de hoogte is van de achterliggende classificatieregels en richtlijnen voor catalogisering kan hopeloos en hulpeloos dwalen door een goed gevulde catalogus zonder uiteindelijk de gezochte materialen te vinden. Met andere woorden: wie hier niet het juiste trefwoord weet, komt moeizaam of misschien wel nooit bij de gewenste informatie.

Wat is Folksonomy?

Folksonomy is een vorm van taxonomie door het volk en ontstaat dus grotendeels door consensus (vgl. ‘The Wisdom of Crowds’ van James Surowiecki : de massa met gemiddelde kennis komt tot juistere uitkomsten dan het individu). Naast voordelen als een grote mate van flexibiliteit, betrokkenheid van gebruikers en actualiteit, levert dit ook nadelen op. Ongecontroleerde trefwoordenlijsten zijn onoverzichtelijk en trefwoorden van andere gebruikers zetten je nog wel eens op het verkeerde been. Doordat er ook geen verdiepende niveaus zijn, maakt het geheel al snel een chaotische indruk. Het succes van folksonomy staat of valt dan ook met de bereidheid van een grote groep gebruikers om bruikbare tags aan hun documenten toe te kennen. Waar top-down opgelegde metadatering nogal eens op weerstand en/of belemmeringen stuit, blijkt deze bottom-up benadering wonderwel te werken. De beste verklaring daarvoor is voor de hand liggend: de trefwoorden die je zelf toekent zijn immers vaak dezelfde trefwoorden als de trefwoorden waarmee je zou zoeken naar de gewenste informatie.
Bij het voorbeeld uit de inleiding zal de tag ‘dog’ het winnen van de tag ‘hond’ als de gebruiker merkt dat er meer foto's met hetzelfde onderwerp deze tag hebben gekregen. Niet alleen vindt hij zelf gemakkelijker foto’s van honden met de Engelstalige tag, ook anderen kunnen zijn foto’s sneller vinden met deze tag. Om bij het voorbeeld te blijven: op het moment van schrijven leverde de tag ‘dog’ 2899 treffers in Flickr op, tegenover 1086 treffers voor de tag ‘dogs’, een logisch voortvloeisel uit de bijna organisch opgebouwde taxonomie. Opvallend, want gestructureerde taxonomieën en directories gebruiken in het algemeen juist trefwoorden in meervoudsvorm.
Bij folksonomy maakt men dus op een andere manier gebruik van data-verzamelingen. Hoe groter het collectief, hoe groter de concensus, en dus zal ook het gemeenschappelijk rendement van ‘vrij’ toegekende trefwoorden steeds groter worden. In plaats van met een zoekmachine te zoeken naar trefwoorden (breed, veel ruis, rijp en groen, actueel of door linkrot niet meer aanwezig, en dit alles door elkaar) kan nu doelgericht gezocht worden naar een tag en dat binnen een min of meer afgebakende informatiestroom. De gebruikte tag relateert namelijk niet alleen diverse documenten aan elkaar, maar brengt ook de gebruikers in beeld die eenzelfde tag hebben toegepast. De verzamelingen van (mede)gebruikers kunnen weer gebruikt worden om meer interessante informatie over dezelfde of vergelijkbare onderwerpen te vinden. Bovendien genereren de meeste social bookmarking tools ook automatisch nuttige aanbevelingen op grond van de inhoud van een persoonlijke collectie.


Technologie




Hoe werkt Folksonomy? De beste verklaring daarvoor is voor de hand liggend: de trefwoorden die je zelf toekent zijn immers vaak dezelfde trefwoorden als de trefwoorden waarmee je zou zoeken naar de gewenste informatie.
Bij het voorbeeld uit de inleiding zal de tag ‘dog’ het winnen van de tag ‘hond’ als de gebruiker merkt dat er meer foto's met hetzelfde onderwerp deze tag hebben gekregen. Niet alleen vindt hij zelf gemakkelijker foto’s van honden met de Engelstalige tag, ook anderen kunnen zijn foto’s sneller vinden met deze tag. Om bij het voorbeeld te blijven: op het moment van schrijven leverde de tag ‘dog’ 2899 treffers in Flickr op, tegenover 1086 treffers voor de tag ‘dogs’, een logisch voortvloeisel uit de bijna organisch opgebouwde taxonomie. Opvallend, want gestructureerde taxonomieën en directories gebruiken in het algemeen juist trefwoorden in meervoudsvorm.

Aantal andere sites die Folksonomy toepassen;
- delicious.com
- youtube.com
- flickr.com



Toekomst

Wanneer we vooruit blikken naar de next generation workspace, dan zien we folksonomies als een belangrijke ondersteuning voor het creëren van taxonomies en ontologies. Dit kan op de volgende manier in een model samengevat:
4folks.jpg

Hierbij zien we dat folksonomy de kant op kan gaan van taxonomy waarbij gecontroleerd getagged wordt door de mens. Folksonomies bouwen mee aan de ontwikkeling van zo’n ontologie, mede omdat ze goedkoop zijn en gewone gebruikers (en niet de woordenboek experts) aan het woord zijn.


Wat zijn Smart Business Networks?


De definitie van een Smart Business Network is:
Een IT-platform voor het dynamisch koppelen van verschillende bedrijven met verschillende mogelijkheden om een bedrijfsnetwerk met innovatieve bedrijfsstrategieën te bouwen om zo te kunnen concurreren in de veranderende markten en milieu-omstandigheden.

Kenmerken van Smart Business Networks?


sbn1.jpg

Wat moeten Smart Business Networks kunnen?


De volgende eigenschappen komen voor in SBN:

Establishment of common understandings (meanings, words, ethics, commitments, contracts)
  • Membership selection
  • Linking: search, select, authentication, hand shake, trust
  • Goal setting
  • Interaction
  • Risk and reward management

Wat zijn de kritische punten?

1. Interactie met de klant
Klanten zoeken online
Klanten kopen offline/online
Klanten ontwerpen producten/diensten
Klanten vormen netwerken om producten en diensten te bespreken

2. Modulariteit: Product, Proces, Netwerk
Combineer modulaire producten (Costumer Interaction) met een modulaire organisatie (Asset Configuration), resulterend in niet alleen de eindklant die zijn product ontwerp maar zijn hele (virtuele) waardeketen.

3. Delen van informatie / Netwerk horizon
5brug_positie.jpg


Brug positie
De brug positie is een verbinding tussen verschillende actors die niet direct met elkaar zijn verbonden. Hierdoor kan een groter netwerk bereikt worden zonder er noodzakelijk meer personen bij te betrekken.
Bedrijven die overbruggen hebben meer kans om:
- Toegang te krijgen tot diverse informatie en mogelijkheden
- Bemiddelen van de informatiestroom en de middelen van de bedrijven
- Controle over de projecten die deelnemers binnen het netwerk bij elkaar brengen

Een bedrijf moet beschikken over de juiste informatie van het bedrijfsnetwerk om zo de brug positie te verbeteren.

Netwerk horizon
Netwerk horizon betekent: de volledigheid van informatie die een bedrijf heeft over een bedrijfsnetwerk.
De netwerk horizon is bepalend om te bepalen in hoeverre een brug positie noodzakelijk is. Als een bedrijf over de juiste hoeveelheid en de juiste informatie beschikt, dan hoeft deze niet op zoek te gaan naar een brug. Maar, mocht dit niet zo zijn, dan zou het opzoeken van een brug een positief effect kunnen hebben op de informatie.

Door de brug positie en netwerk horizon goed te verdelen binnen je Smart Business Network, kan zo'n netwerk over een enorme hoeveelheid informatie beschikken, het is dan alleen het punt: wie heeft welke informatie nodig. Door het netwerk goed in te delen, bezit iedereen de juiste informatie.





4. Netwerkstructuur
Binnen de netwerkstructuur moet er goed worden nagedacht over wie welke informatie bezit en wie welke informatie te zien krijgt. Zo zou je dus binnen je netwerk verschillende taken aan sleutelrollen kunnen verdelen om deze verdeling te waarborgen en gestructureerd te houden.
Ook de informatiestromen binnen het netwerk zijn van groot belang.
Hierbij geldt wel: hoe groter het netwerk, hoe moeilijker het overzicht. Door een bestaand netwerk uit te breiden, moet ook de netwerkstructuur herzien worden.

5. Netwerk management
Binnen het management van een netwerk zijn bepaalde rollen weggelegd om het netwerk nuttig te houden.
  • Degene die met de klant praat
  • Degene die modules combineert
  • Degene die de producten ontwerpt
  • Degene die de financiële stromen bewaakt
  • Degene die de logistieke stromen bewaakt
Deze 5 rollen zijn essentieel voor een gezond netwerk. Als er een onderdeel niet goed gemanaget wordt, dan kan het gehele netwerk als onnuttig worden beschouwen.

6. Infrastructuur

Binnen de infrastructuur moet het mogelijk zijn om:
  • Snel onderdelen aan te sluiten en/of af te sluiten
  • Geïntegreerde bedrijfslogica
  • Doelgerichte service samenstelling
  • Bedrijfsnetwerk dashboards en visualisaties
    Dit om alles snel en overzichtelijk in kaart te kunnen brengen

Smart Business Networks zullen voornamelijk ontstaan in hoge snelheidsmarkten, waarbij het nodig is om snel te kunnen schakelen en waarbij de informatie in razendsnel tempo veranderd.
De 6 kritische componenten (zoals hierboven beschreven) zijn van cruciaal belang voor een goed en gezond SBN.

Smart Business Network staat dus voor: samenwerken op een slimme manier met behulp van product- en proces-modules, de mogelijkheid om snel te kunnen aansluiten en afsluiten en het gebruik van visualisatie en dashboards.

Bronvermelding


Transaction to Interaction
http://www.ogh.nl/Business_Innovatie_Oracle.aspx
web 1.0,2.0,3.0
http://www.frankwatching.com/archive/2008/04/11/de-betekenis-van-web-30-en-het-semantic-web/

http://forums.seo.com/showthread.php?5400-What-is-Web1.0-Web2.0-and-Web-3.0-Simple-explanation-for-non-techies

http://en.wikipedia.org/wiki/Web_1.0
http://nl.wikipedia.org/wiki/Web_2.0
http://en.wikipedia.org/wiki/Web_2.0
http://en.wikipedia.org/wiki/Web_3.0#Web_3.0
http://oreilly.com/web2/archive/what-is-web-20.html
http://www.scribd.com/Boek-Ambtenaar-20-Tweede-Druk/d/10261907
transaction vs interaction
http://www.latanyadeniese.com/blog/2010/10/29/Transaction-vs-Interaction.aspx
Social collaborating tools
http://www.groupsite.com/social_collaboration

http://en.wikipedia.org/wiki/Social_collaboration

http://www.masternewmedia.org/best-online-collaboration-tools-2008-the-collaborative/

http://www.werken20.nl/blogs-over-nieuwe-werken/technologie/289/online-collaboration-tools/

http://lamp.edu.au/open-source-social-collaboration-tools-next-state-of-play-seminar/
Wikinomics
http://www.wikinomics.com/blog/

http://www.wikinomics.com/book/

http://en.wikipedia.org/wiki/Wikinomics:_How_Mass_Collaboration_Changes_Everything

http://netters.nl/wikinomics-hoe-samenwerking-door-iedereen-met-iedereen-alles-verandert/

http://www.innovatieforganiseren.nl/innovatie-en-literatuur/wikinomics/

http://www.managementboek.nl/boek/9789047002055/wikinomics_herziene_en_uitgebreide_editie-don_tapscott

http://www.ambtenaar20.nl/?p=86
Folksonomy
http://www.fontysmediatheek.nl/wiki/home/Folksonomy

http://infotangle.blogsome.com/2005/12/07/the-hive-mind-folksonomies-and-user-based-tagging/

http://nl.wikipedia.org/wiki/Folksonomie

http://en.wikipedia.org/wiki/Folksonomy
Crowcsourcing
http://www.innovatieforganiseren.nl/innovatie-en-management/crowdsourcing/

http://www.daphnedijkerman.nl/?p=440__

http://svindustria.org/nl/system/files/Scope_Mrt_2009_web.pdf
Smart Business Networks
http://www.linkedin.com/_

http://www.rsm.nl/portal/page/portal/home/alumni/alumni_access/bsc_drs_phd_alumni_dutch/agenda/SBN%20in%20the%20Cloud/RSM%20Alumni%20van%20Heck%2012%20februari%202009.pdf

http://www3.lehigh.edu/images/userImages/jgs2/Page_3813/LU-CSE-06-017.pdf

http://www.cse.lehigh.edu/~rnn0/bio/smart_business.pdf